Zelfbeschikking, rechtsbescherming, onderwijs en persoonlijke verantwoordelijkheid!
Stilte beschermt de dader; spreken beschermt de samenleving.
Dit artikel laat zien hoe belangrijk het is dat burgers hun rechten kennen en de moed vinden om voor zichzelf op te komen. Dat geldt voor iedereen, maar in het bijzonder voor vrouwen en mensen uit minderheidsgroepen die zich soms niet gehoord, niet serieus genomen of zelfs ontmoedigd kunnen voelen wanneer zij grensoverschrijdend gedrag, intimidatie of geweld melden.
Onderwijs en kennis zijn daarbij van onschatbare waarde. Wie zijn rechten kent, staat sterker. Wie begrijpt welke mogelijkheden de wet biedt, kan beter voor zichzelf opkomen. Daarom wil ik iedereen aanmoedigen om te investeren in persoonlijke ontwikkeling, educatie en bewustwording. Kennis geeft niet alleen inzicht, maar ook kracht.
Geen enkele persoon heeft het recht uw grenzen te overschrijden. U heeft het recht om “nee” te zeggen tegen seksueel intimiderend gedrag, ongewenste toenadering, manipulatie of iedere andere vorm van grensoverschrijding. Nee is een volledige zin. Daar hoeft geen uitleg, rechtvaardiging of verontschuldiging aan toegevoegd te worden.
U bent bovendien niet verantwoordelijk voor de frustraties, teleurstellingen, emoties of mentale problemen van een ander. Medemenselijkheid is belangrijk, maar de verantwoordelijkheid voor het welzijn van een ander mag nooit worden afgewenteld op degene die grenzen stelt. U bent niet de oplossing voor de problemen van iemand anders ten koste van uw eigen veiligheid, waardigheid of vrijheid.
Het is van groot belang om een signaal af te geven wanneer grenzen worden overschreden. Niet alleen voor uzelf, maar ook voor anderen die mogelijk met vergelijkbaar gedrag worden geconfronteerd. Stilte beschermt de dader; spreken beschermt de samenleving.
Mijn eigen weg heeft mij dit geleerd. Het heeft vijf jaar geduurd voordat er volledige erkenning kwam. Vijf jaar van doorzetten, leren, reflecteren en verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen leven. In die periode heb ik ervoor gekozen niet gevangen te blijven in een slachtofferrol, maar mijn ervaringen om te zetten in kennis, inzicht en kracht.
Vandaag gebruik ik die ervaring om anderen toe te rusten. Niet vanuit bitterheid, maar vanuit overtuiging. Niet vanuit slachtofferschap, maar vanuit veerkracht. Ik heb aan beide kanten van de tafel gezeten: als degene die moest herstellen van onrecht én als coach die anderen begeleidt in hun ontwikkeling. In die zin herken ik mij in het principe van de wounded healer: iemand die zijn eigen wonden niet ontkent, maar gebruikt om anderen te helpen hun kracht terug te vinden.
Aan iedereen die dit leest wil ik daarom meegeven: blijf staan voor uw waarden, uw waardigheid en uw rechten. Ongeacht uw afkomst, huidskleur, geslacht, geloof of achtergrond. Laat niemand u wijsmaken dat uw stem minder waard is. Uw grenzen doen ertoe. Uw veiligheid doet ertoe. Uw waardigheid doet ertoe.
Sta stevig in uw eigen kracht. Spreek u uit. Zoek kennis. Zoek steun. En blijf geloven dat rechtvaardigheid en persoonlijke groei mogelijk zijn, zelfs wanneer de weg ernaartoe langer en zwaarder blijkt dan u ooit had verwacht.
Politie weigert onderzoek te doen, zonder de feiten te kennen
Het oordeel
Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over de politie-eenheid Rotterdam
deels gegrond.
Inleiding
Dit rapport gaat over de klachten van mevrouw Jackson. 1 Zij klaagt over het handelen van de politie-eenheid Rotterdam na een geweldsincident tussen haar en haar buurman, meneer Wouters. 2 De Nationale ombudsman deed onderzoek hiernaar, op basis van de volgende klachtomschrijving.
De klacht
Mevrouw Jackson klaagt erover dat de politie-eenheid Rotterdam haar heeft proberen te ontmoedigen om aangifte te doen tegen haar buurman wegens mishandeling. Zij klaagt er daarbij in het bijzonder over dat de politie haar heeft meegedeeld dat het doen van aangifte weinig zin heeft, omdat de zaak toch niet zal worden opgepakt.
Ook klaagt mevrouw Jackson erover dat de politie bij de beslissing om geen opsporingsonderzoek in te stellen naar het geweldsincident, niet alle relevantie informatie heeft betrokken. Zij klaagt er daarbij in het bijzonder over dat de politie die beslissing heeft genomen zonder daarbij de door haar aangeleverde beeldopname van het geweldsincident te bekijken en zonder kennis te nemen van de ernst van haar letsel.
Tenslotte klaagt mevrouw Jackson erover dat de politie bij het doorsturen van het dossier naar het Openbaar Ministerie – in het kader van een beoordeling van de beslissing om geen opsporingsonderzoek in te stellen – de door haar aangeleverde beeldopname van het geweldsincident niet direct heeft meegestuurd.
Wat voorafging aan de klacht
Mevrouw Jackson en de heer Wouters wonen al jaren naast elkaar. Na wat eerdere irritaties over en weer, vindt op 14 juli 2022 een geweldsincident plaats. Twee politieagenten komen ter plaatse. Zij spreken met mevrouw Jackson en met de heer Wouters. Daarbij geeft mevrouw Jackson aan dat zij aangifte wil doen. De heer Wouters geeft aan dat als mevrouw Jackson aangifte doet, ook hij aangifte wil doen. De politieagenten spreken met beiden af dat zij een afspraak op het politiebureau kunnen maken om aangifte te doen.
De politieagenten gaan terug naar het politiebureau en vertellen aan de operationeel coördinator (opco), de leidinggevende op het bureau, wat er is gebeurd. Hij vraagt de twee politieagenten om hun verhaal op papier te zetten, zodat hij de zaak kan beoordelen. Dit doen de politieagenten. De opco concludeert vervolgens dat de politie eventuele aangiftes niet in behandeling zal nemen. Hij belt mevrouw Jackson en meneer Wouters op, om dit aan hen te laten weten.
Op 21 juli 2022 doet mevrouw Jackson toch aangifte van mishandeling tegen de heer Wouters. Ook stuurt de advocaat van mevrouw Jackson een brief aan de heer Wouters.3 De heer Wouters belt vervolgens de opco en vertelt hem dat hij een brief ontving waarin staat dat mevrouw Jackson aangifte heeft gedaan. De opco spreekt vervolgens de voicemail van mevrouw Jackson in. Hij herhaalt daarin de boodschap dat de politie de aangifte niet in behandeling zal nemen. Daarnaast belt hij naar de advocaat van mevrouw Jackson. Hij legt uit waarom de politie de zaak niet in behandeling neemt. Het telefoonnummer van de advocaat kreeg hij van de heer Wouters.
1 Dit is niet haar echte naam.
2 Dit is niet zijn echte naam.
3 Omdat de inhoud van deze brief voor het onderzoek van de Nationale ombudsman niet van belang is, wordt hier niet verder op
ingegaan.
De klachtenprocedure bij de politie
Mevrouw Jackson dient op 4 september 2022 een klacht in over het handelen van de opco. Zij klaagt er – onder andere – over dat de opco:
– op intimiderende wijze tegen haar sprak tijdens het telefoongesprek op 14 juli 2022;
– zonder haar medeweten telefonisch contact zocht met haar advocaat;
– niet de procedure volgde bij het behandelen van haar aangifte.
Op 29 november 2022 vindt een bemiddelingsgesprek plaats tussen mevrouw Jackson en de opco. Op verzoek van mevrouw Jackson legt de politie haar klachten vervolgens aan de onafhankelijke klachtencommissie van de politie-eenheid Rotterdam voor. Op 13 februari 2023 vindt een hoorzitting plaats waarbij mevrouw Jackson en de opco aanwezig zijn.
De klachtenadviescommissie adviseert de politiechef om de klacht over het zoeken van telefonisch contact met de advocaat van mevrouw Jackson gegrond te verklaren. De klachtenadviescommissie adviseert om de overige klachten ongegrond te verklaren.
Het oordeel van de politiechef
De politiechef volgt het advies van de klachtenadviescommissie. Het oordeel op de hierboven genoemde klachten luidt – samengevat – als volgt.
De politiechef vindt het onbehoorlijk dat de opco zonder medeweten en goedkeuring van mevrouw Jackson contact opnam met haar advocaat. Ondanks zijn goede intenties. De politiechef vindt deze klacht daarom gegrond.
De politiechef vindt de klacht over het op intimiderende wijze spreken tijdens het telefoongesprek op 14 juli 2022 ongegrond. De politiechef geeft aan dat de opco contact met mevrouw Jackson opnam om haar erop te wijzen dat het doen van aangifte tegen de heer Wouters een oplossing van het conflict mogelijk niet ten goede zou komen. De politiechef vindt het niet aannemelijk dat de opco op intimiderende wijze met een harde stem sprak. Daarnaast geeft de politiechef aan dat het spreken met luide stem niet zonder meer leidt tot de conclusie dat hij mevrouw Jackson wilde intimideren.
De politiechef vindt de klacht over het niet volgen van de procedure door de opco ongegrond. De politiechef geeft aan dat hij de werkwijze van de opco niet onbehoorlijk vindt. De beslissing om zowel mevrouw Jackson als meneer Willems te informeren over het oordeel dat buurtbemiddeling een meer passende weg is dan een strafrechtelijke procedure, vindt hij begrijpelijk. Hij geeft aan dat het recht om aangifte te doen niet is ontnomen en wijst hierbij onder andere op de aangifte van mevrouw Jackson van 21 juli 2022.
Het onderzoek door de Nationale ombudsman
Mevrouw Jackson kan zich niet vinden in het oordeel van de politiechef en wendt zich tot de Nationale ombudsman. De Nationale ombudsman doet onderzoek op basis van de aan het begin van dit rapport opgenomen klachtbeschrijving.
Medewerkers van de Nationale ombudsman spreken met mevrouw Jackson en de opco. Daarnaast bestuderen zij de stukken die mevrouw Jackson aan de ombudsman stuurde, waaronder het filmpje van het geweldsincident. Ook de stukken uit het klachtdossier van de politie bestuderen zij. De politiechef van de eenheid Rotterdam beantwoordt vragen van de ombudsman. Ook het OM reageert op de uitnodiging van de ombudsman om te reageren, als verantwoordelijke voor het wel of niet (verder) vervolgen in een zaak.
Medewerkers van de ombudsman betrekken al deze informatie bij het onderzoek. De bevindingen van het onderzoek van de ombudsman worden hieronder per klachtonderdeel weergegeven.
De bevindingen
1. Het ontmoedigen van het doen van aangifte
Mevrouw Jackson geeft aan dat de opco haar op de dag van het incident, 14 juli 2022, belde.
Mevrouw Jackson geeft aan dat de opco zei dat zij geen aangifte hoefde te doen, omdat de politie de zaak niet zou behandelen. Zij vertelt dat hij met haar in discussie ging en dat hij zei dat zij de buurman (ook) had aangevallen. Mevrouw Jackson ervaarde dit telefoongesprek als intimiderend en onprettig. Ook geeft zij aan dat de mededeling dat de zaak niet zou worden behandeld voorbarig was. Zij stelt dat dit pas kan worden beoordeeld als de aangifte is gedaan.
De opco geeft aan dat de informatie van de twee politieagenten die ter plaatse waren een bepaald beeld schetste. Namelijk van een langer lopend conflict tussen twee buren, dat was geëscaleerd in een mishandeling over en weer. Hij geeft aan dat hij ervan overtuigd was dat een strafrechtelijk onderzoek niet zou bijdragen aan een oplossing van het geschil tussen de buren. Hij gaf daarbij aan dat de afdeling mede door de (zomer)vakantie al erg veel werk had. Hij kwam daardoor tot het oordeel dat de politie de eventuele aangiftes niet in behandeling hoefde te nemen.
De opco verklaart dat hij besloot om beide buren hierover telefonisch te informeren. Hij wilde de verwachtingen van het doen van aangifte managen en valse hoop voorkomen. Hij belde mevrouw Jackson, legde haar uit wie hij was en wat zijn rol binnen de politie is. Vervolgens deelde hij mee dat het doen van aangifte weinig zin had, omdat de zaak niet opgepakt zou worden. Hij benadrukt dat hij niet heeft gezegd dat mevrouw Jackson geen aangifte mocht doen. In gesprek met een medewerker van de ombudsman geeft de opco aan dat hij begrijpt dat mevrouw Jackson de mededeling wel heeft ervaren als een poging om haar te ontmoedigen om aangifte te doen. Hij benoemt dat dit in zekere zin natuurlijk ook zo was.
Hij geeft verder aan dat mevrouw Jackson tijdens het telefoongesprek boos werd. Hij benoemt dat het gesprek niet lekker liep en dat mevrouw Jackson niet vatbaar was voor zijn uitleg waarom de kwestie niet in het strafrecht thuishoorde. Hij stelt dat hij toen niet wist dat ze erg emotioneel was onder het incident. Achteraf bezien realiseert hij zich dat de mededeling over het niet oppakken van een eventuele aangifte een zakelijke boodschap was waar mevrouw Jackson op dat moment door haar emoties geen oor voor had. Als hij dat had geweten, had hij zijn boodschap misschien anders en op een ander moment gebracht. Maar dat wist hij toen niet.
2. Het niet betrekken van alle relevante informatie bij de beslissing
Mevrouw Jackson klaagt erover dat de politie niet alle relevante informatie betrok bij de beslissing om geen opsporingsonderzoek in te stellen. Zij vindt dat de beslissing om geen opsporingsonderzoek in te stellen naar het geweldsincident voorbarig was. Zij stelt dat er sprake was van een situatie waarin er duidelijk een dader en een slachtoffer is. Zij voelt zich in de steek gelaten en niet serieus genomen door de politie.
Uit het dossier blijkt dat er meerdere momenten waren waarop de politie een beslissing over het doen van (opsporings)onderzoek nam, had kunnen nemen of communiceerde. Hieronder wordt na elkaar ingegaan op de situatie op 14 juli 2022 (waarna het telefoongesprek volgde) en de situatie na de aangifte die mevrouw Jackson op 21 juli 2022 deed.
Op 14 juli 2022
De opco geeft aan dat hij uitging van de juistheid en volledigheid van de informatie die de twee politieagenten verstrekten. Hij geeft aan dat hij op basis daarvan handelde, besliste over de aangifte en mevrouw Jackson en de heer Wouters informeerde op 14 juli 2022. Hij erkent dat hij bij mevrouw Jackson niet naar de ernst van haar letsel informeerde. Hij geeft aan dat de impact voor mevrouw Jackson niet naar voren kwam uit de door de twee politieagenten verstrekte informatie. Over de camerabeelden merkte de opco tijdens de hoorzitting bij de klachtencommissie op dat pas ná het nemen van de beslissing over de aangifte duidelijk werd dat er camerabeelden waren.
Mevrouw Jackson vindt ten eerste dat de opco had moeten vragen naar de ernst van haar letsel en dit had moeten betrekken bij de beslissing over het al dan niet instellen van opsporingsonderzoek. Ten tweede vindt zij dat hij de camerabeelden had moeten bekijken en bij zijn beslissing had moeten betrekken. Mevrouw Jackson wijst erop dat uit de mutatie (het schriftelijke verslag) van de twee politieagenten die ter plaatse waren, blijkt dat deze camerabeelden er zijn. Zij geeft – samengevat – aan dat uit deze beelden blijkt dat de buurman de aanvaller was en zij degene die aangevallen werd. Op de beelden is volgens haar te zien dat de buurman het erf van mevrouw Jackson betreedt, dat hij haar ‘een knal’ geeft en dat hij haar in een soort houdgreep neemt, de schuur binnen duwt en haar probeert op te sluiten. Zij geeft aan dat zij in reactie hierop de heer Wouters in zijn ballen probeerde te knijpen/slaan. Zij kan zich niet vinden in de stelling dat er sprake was van een ‘wederzijds conflict’.
Medewerkers van de Nationale ombudsman bekeken de camerabeelden en constateren dat het door mevrouw Jackson geschetste beeld klopt. Zij zien dat de heer Wouters het beeld in komt lopen en dicht bij mevrouw Jackson gaat staan. Zij zien hen beide gebaren maken en zien dat de heer Wouters vervolgens een slaande beweging maakt waarbij hij mevrouw Jackson in haar gezicht raakt. Zij zien dat de heer Wouters mevrouw Jackson in een soort ‘houdgreep’ neemt en haar twee keer de schuur induwt. Wat in de schuur gebeurt is niet zichtbaar op de beelden. Dit geldt dus ook voor het knijpen/slaan in de ballen van de heer Wouters door mevrouw Jackson. Medewerkers van de ombudsman constateren daarnaast dat in de mutatie die de twee politieagenten maakten op 14 juli 2022 onder andere staat dat zij camerabeelden veiligstelden en dat een andere buurman ‘het een en ander heeft gezien’.
Na 21 juli 2022
Op 21 juli 2022 deed mevrouw Jackson telefonisch aangifte van mishandeling tegen de heer Wouters. De opco geeft aan dat toen hij hoorde dat mevrouw Jackson toch aangifte had gedaan, hij nog dezelfde dag haar voicemail insprak om nogmaals mee te delen dat de politie geen onderzoek zou gaan doen. Hij geeft
aan dat hij niet (zeker) weet of hij voordat hij deze beslissing nam het proces-verbaal van aangifte heeft gelezen en die informatie heeft meegenomen in de beslissing. Hij geeft aan dat dit doorgaans wel de werkwijze is. De opco geeft aan dat hij de camerabeelden nooit bekeken heeft, ook niet nadat hem duidelijk werd dat er beelden zijn. Hij geeft daarbij aan dat hij de wijkagent vroeg om contact op te nemen met mevrouw Jackson en de heer Wouters.
Uit de stukken van de politie blijkt dat op 1 september 2022 een wijkagent bij mevrouw langsging. Hier is een mutatie van opgemaakt. Hierin staat dat mevrouw Jackson vertelde dat zij op dat moment (professionele) hulp kreeg voor onder andere het verwerken van de gebeurtenis met de buurman. De wijkagent concludeerde dat het voor haar verstandig is als zij eerst tot rust komt en dat van daaruit geprobeerd zou gaan worden om te bemiddelen.
Uit de stukken blijkt verder het volgende. Mevrouw Jackson stelde op 8 september 2022 bezwaar in bij het OM, tegen het (mondeling meegedeelde) besluit om geen nader onderzoek te doen. Op 14 september 2022 stuurde de politie een formele brief aan mevrouw Jackson over haar aangifte. Hierin staat dat de politie de zaak niet verder zal onderzoeken. De schriftelijke reactie op de aangifte van de politie en het bezwaar bij het OM kruisten elkaar dus. Het OM vroeg op 16 september 2022 het dossier bij de politie op, naar aanleiding van het bezwaar. Het OM liet mevrouw Jackson vervolgens op 24 oktober 2022 per brief weten geen aanleiding te zien om verder onderzoek te doen.
3. De volledigheid van de door de politie doorgestuurde informatie
Mevrouw Jackson stelt dat de politie bij het doorsturen van het dossier naar het OM de door haar aangeleverde beeldopname van het geweldsincident niet direct meestuurde. Het standpunt van de politie op dit punt wordt op basis van de informatie niet duidelijk. Uit de reactie van het OM aan de Nationale ombudsman blijkt echter het volgende. Het OM reageert dat het op 16 september 2022 het dossier bij de politie opvroeg. Dit deed het OM naar aanleiding van het ingediende bezwaar van mevrouw Jackson, tegen het voortijdig beëindigen van de zaak. Het OM geeft aan dat de politie het dossier, inclusief de camerabeelden kort na dat verzoek stuurde aan het OM.
Reacties op het verslag van bevindingen
De Nationale ombudsman legde een eerdere versie van dit rapport voor aan mevrouw Jackson en de politie zodat zij daarop konden reageren. Het doel daarvan is het voorkomen van fouten in de weergave van de aanleiding van de klacht en de procedure tot nu toe. Eventuele fouten zouden namelijk kunnen doorwerken in het oordeel van de Nationale ombudsman.
Mevrouw Jackson liet weten dat zij zich kan vinden in de bevindingen. Ook de politie liet weten dat zij zich kan vinden in de inhoud van het verslag en de wijze waarop de feitelijkheden zijn weergegeven. Wel vindt zij dat onvoldoende duidelijk wordt dat het OM en het gerechtshof uiteindelijk een beslissing namen die in lijn lag met de beslissing van de politie om geen (nader) onderzoek te doen. De door de politie genoemde punten zijn niet (verder) uitgewerkt in dit rapport, omdat deze niet relevant zijn voor de vragen die bij de Nationale ombudsman voorliggen. De ombudsman beoordeelt namelijk niet of de politie in dit geval strafrechtelijk onderzoek had moeten doen naar het incident. De ombudsman beoordeelt wel of de politie bij het nemen van de beslissing om geen onderzoek te doen een voldoende compleet beeld van de situatie had. En of de politie de belangen en behoeften van mevrouw Jackson daarbij voldoende meewoog.
Het oordeel van de Nationale ombudsman
Hieronder volgt het oordeel van de Nationale ombudsman. Daarbij beschrijft de ombudsman eerst het kader
waaraan hij de klachten van mevrouw Jackson toetst. Vervolgens volgt per klachtonderdeel het oordeel van
de Nationale ombudsman.
Het toetsingskader
De Nationale ombudsman toetst de klachten aan twee met elkaar samenhangende behoorlijkheidsvereisten. Dit zijn de vereisten ‘luisteren naar de burger’ en ‘goede voorbereiding’.
Het vereiste ‘luisteren naar de burger’ houdt in dat de overheid actief en met een open houding luistert naar
burgers. Actief luisteren betekent goed doorvragen wat belangrijk is en wat iemand nodig heeft. Een open houding betekent het stellen van open vragen en het oprecht benieuwd en nieuwsgierig zijn naar wat een burger te vertellen heeft, ook als de burger kritisch en/of emotioneel is. Als de overheid begrijpt waar het om gaat, kan zij empathie tonen en zoeken naar mogelijkheden om aan de behoeften tegemoet te komen. Het zorgt daarnaast voor een completer beeld van een situatie en de gevolgen van het handelen voor de burger. Het belang van dit complete beeld hangt samen met het vereiste van ‘goede voorbereiding’. De overheid moet ervoor moet zorgen dat ze voordat ze beslist, alle belangrijke feiten en belangen kent door actief informatie te verzamelen.
Vertaald naar deze concrete situatie, betekent dit dat de politie op het moment dat zij een beslissing neemt over het al dan niet doen van opsporingsonderzoek, een voldoende compleet beeld van de situatie heeft. Daarbij is het ook belangrijk dat de politie een beeld heeft van wat een eventuele keuze om een aangifte niet te behandelen voor de aangever betekent. Om hierachter te komen, is het belangrijk dat de politie in het contact met een burger actief en met een open houding luistert. Het is belangrijk dat de politie open vragen stelt en oprecht benieuwd is naar wat iemand te vertellen heeft, en dus niet alleen maar ‘zendt’.
De beoordeling
Ontmoedigen van het doen van aangifte
De ombudsman vindt dat de politie tijdens het telefoongesprek van 14 juli 2022 onvoldoende luisterde naar en open stond voor het verhaal van mevrouw Jackson. De politie handelde daarmee in strijd met het vereiste ‘luisteren naar de burger’. Hieronder volgt een nadere toelichting op dit oordeel.
De ombudsman constateert dat de politie tijdens het telefoongesprek van 14 juli 2022 niet met een open houding luisterde. Dit blijkt ten eerste uit het doel van het telefoongesprek vooraf. Uit de bevindingen blijkt dat de politie mevrouw Jackson belde om haar iets ‘mede te delen’. De politie beschrijft dat zij belde om mevrouw Jackson te ‘informeren’ over de beslissing dat de politie de eventuele aangiftes niet in behandeling hoefde te nemen. Volgens de politie was het doel van het gesprek het managen van verwachtingen van het doen van aangifte, het voorkomen van valse hoop en ‘in zekere zin’ een poging om aangifte te ontmoedigen. Uit niets blijkt dat de politie het gesprek op dat moment (ook) aanging om van mevrouw Jackson te horen wat zij te vertellen had, hoe het met haar ging, wat voor haar belangrijk was en wat zij nodig had op dat moment.
Hierbij vindt de ombudsman het nog van belang dat de politie tijdens dit gesprek merkte dat mevrouw Jackson emotioneel was. Toch is ook op dat moment niet doorgevraagd naar (de oorzaak van) deze emoties en de onderliggende behoeften.
Op basis van het bovenstaande constateert de ombudsman dat er weinig ruimte was voor het verhaal van mevrouw Jackson tijdens het telefoongesprek van 14 juli 2022.
De ombudsman merkt daarbij nog op dat ook voorafgaand aan het telefoongesprek die ruimte nog niet (voldoende) aanwezig was geweest. De twee politieagenten wezen mevrouw Jackson vlak na het incident op de mogelijkheid om aangifte te doen op het bureau om haar kant van het verhaal – meer uitgebreid – te doen. Mevrouw Jackson had die mogelijkheid moeten krijgen, voordat haar werd medegedeeld dat een eventuele aangifte niet zou worden opgepakt.
De ombudsman merkt daarbij tot slot op dat mevrouw Jackson later opnieuw met een gesloten houding is benaderd. Toen namelijk duidelijk werd dat mevrouw Jackson aangifte had gedaan, is haar voicemail ingesproken met de herhaling van de mededeling dat de politie geen onderzoek zou doen. Ook op dat moment werd mevrouw Jackson niet met een open, maar met een gesloten houding benaderd.
De ombudsman vindt de beschreven gang van zaken onbehoorlijk. De politie stond onvoldoende open voor het verhaal van mevrouw Jackson en handelde daarom in strijd met het vereiste ‘luisteren naar de burger’.
Het niet betrekken van alle relevante informatie bij de beslissing
De ombudsman stelt voorop dat hij zich ervan bewust is dat de politie niet elke aangifte (strafrechtelijk) kan oppakken. De ombudsman ziet in dat het aan de politie – al dan niet in overleg met het OM – is om deze afweging in een concreet geval te maken. De ombudsman blijft dan ook weg bij de vraag of de politie in dit geval strafrechtelijk onderzoek had moeten doen naar de aangifte.
De ombudsman beoordeelt in dit geval of de politie bij het nemen van de beslissing een voldoende compleet beeld van de situatie had. En of de politie de belangen en behoeften van mevrouw Jackson daarbij voldoende meewoog.
De ombudsman vindt van niet. Hij vindt dat de politie een onvoldoende compleet beeld had bij het nemen van de beslissing om geen onderzoek te doen. Dit geldt zowel voor de (voorgenomen) beslissing voorafgaand aan het telefoongesprek van 14 juli 2022, als voor de (formele) schriftelijke beslissing die mevrouw Jackson op 14 september 2022 per brief ontving. Daarbij heeft de politie onvoldoende naar mevrouw Jackson geluisterd. De politie handelde daarmee in strijd met de vereisten ‘goede voorbereiding’ en ‘luisteren naar de burger’. Hieronder volgt een nadere toelichting op dit oordeel.
Uit de bevindingen volgt dat de beslissing is genomen zonder zicht op het letsel van mevrouw Jackson en zonder de camerabeelden te bekijken.
De politieambtenaar die besliste, geeft als verklaring hiervoor dat hij bij het nemen van de beslissing uitging van de juistheid en volledigheid van de informatie die de twee politieagenten verstrekten. En dat de impact voor mevrouw Jackson niet naar voren kwam uit de door de twee politieagenten verstrekte informatie.
De ombudsman volgt deze uitleg niet. Ten eerste vindt hij de verklaring dat bij de beslissing werd uitgegaan van de volledigheid van de informatie, tegenstrijdig met de inhoud van die informatie. De politieambtenaar die besliste vroeg de politieagenten om hun verhaal op papier te zetten, zodat hij (op basis daarvan) de zaak kon beoordelen. Uit deze mutatie zelf blijkt dat de informatie die hierin is opgenomen, onvolledig is. Hierin staat namelijk dat informatie beschikbaar is die een vollediger beeld van de situatie zou geven. Zo blijkt hieruit duidelijk dat er camerabeelden van het incident zijn veiliggesteld en dat een buurman het een en ander heeft gezien.
Ten tweede volgt de ombudsman de verklaring niet dat mevrouw Jackson niet naar haar letsel is gevraagd omdat uit de door de politieagenten verstrekte informatie de impact niet bleek. Een mutatie is namelijk een feitelijke en beknopte weergave van gebeurtenissen. De ombudsman vindt het voorstelbaar dat hierin de impact van gebeurtenissen voor betrokkenen niet heel uitgebreid aan bod komt. Daarbij komt dat uit de mutatie wel duidelijk blijkt dat mevrouw Jackson aangifte wilde doen en dat zij tenminste één klap had gehad.
De ombudsman vindt dat hieruit moet worden afgeleid dat de gebeurtenissen impact konden hebben gehad. De politie had actief moeten proberen om duidelijk te krijgen wat deze impact was en of er letsel was. Eerder in dit rapport constateerde de ombudsman al dat de politie onvoldoende open stond voor het verhaal van mevrouw Jackson. Mede hierdoor was het beeld van de politie bij het nemen van de beslissing over de aangifte onvoldoende compleet.
Tot slot merkt de ombudsman op dat de impact van de gebeurtenissen op mevrouw Jackson op meerdere momenten is gebleken. Ten eerste reageerde zij tijdens het telefoongesprek op 14 juli 2022 emotioneel. Ten tweede deed zij op 21 juli 2022 (alsnog) aangifte. Ten derde staat in de mutatie van de wijkagent die op 1 september 2022 bij mevrouw Jackson langsging dat zij (professionele) hulp kreeg bij het verwerken van de gebeurtenis met de buurman. Dit alles vond plaats op momenten vóór de formele beslissing en mededeling om geen strafrechtelijk onderzoek te doen op 14 september 2022. Op al deze momenten had de politie de mogelijkheid om (alsnog) te luisteren naar mevrouw Jackson, zich in te leven in haar situatie en zo een completer beeld van de situatie te krijgen.
De ombudsman vindt de beschreven gang van zaken onbehoorlijk. De politie besliste zonder een voldoende compleet beeld van de situatie om geen onderzoek te doen. De politie luisterde daarbij onvoldoende naar mevrouw Jackson. De politie handelde daarom in strijd met het behoorlijkheidsvereisten ‘luisteren naar de burger’ en ‘goede voorbereiding’.
De volledigheid van de door de politie doorgestuurde informatie
Tijdens het onderzoek van de Nationale ombudsman liet het OM weten dat het op 16 september 2022 het dossier bij de politie opvroeg en kort daarop ontving. Het OM ontving het dossier inclusief het beeldmateriaal. De klacht over het niet (direct) meesturen van de aangeleverde beeldopname van het geweldsincident bij het versturen van het dossier door de politie aan het OM is daarom ongegrond.
Conclusie
De klacht over het ontmoedigen van het doen van aangifte is gegrond.
De klacht over het niet betrekken van alle relevante informatie bij de beslissing om geen opsporingsonderzoek in te stellen is gegrond.
De klacht over het doorsturen van een incompleet dossier naar het Openbaar Ministerie is ongegrond.
De Nationale ombudsman





